Verdi

Giuseppe Verdi

Geboren in Le Roncole op 10 oktober 1813
Overleden in Milaan op 27 januari 1901

Als gevolg van de uitkomsten van het Verdrag van Wenen van 1815 werd Italië voor een belangrijk deel overheerst door Oostenrijk in het noorden, had de Paus een groot gebied toegewezen gekregen in het centrum en werden een aantal gebieden in het zuiden geregeerd door het huis Bourbon, een oorspronkelijk Frans koningshuis, dat later een belangrijke Spaanse tak kreeg. De gevestigde adel had zo niet alleen in Italië, maar in vrijwel heel Europa zijn macht behouden.
In dat versplinterde Italië groeide Verdi op. In de revolutiejaren 1848-1849 kwam de bevolking in grote delen van Europa tegen de adel in opstand. Dit leidde in Italië tot de Risorgimento ofwel het streven naar het verdrijven van de buitenlandse adellijke overheersers en de éénwording. Verdi, die een grote aanhanger van deze beweging was, werd zelfs een belangrijk symbool van deze Italiaanse vrijheidsstrijd. Zijn naam kwam te staan voor de afkorting van: Victor Emanuel Rei dei Italia. In 1870 werd de strijd voltooid met Victor Emanuel als 1e koning.

Giuiseppe Verdi is op 9 of 10 oktober 1813 geboren in Le Roncole vlakbij Busseto. Na het volgen van een muziekopleiding kwam hij in 1831 in contact met Antonio Barrezzi, een kennis van zijn vader. Barrezzi was al snel overtuigd van het grote muzikale genie in hem en bleef hem steunen, ook toen het conservatorium in Milaan hem niet wilde aannemen. Verdi heeft zijn muzikale carrière aan hem te danken. In 1836 trouwde hij met Margeritha Barrezzi, een dochter van Antonio, van wie hij 2 kinderen kreeg. Nadat hij in 1838 zijn 2 kinderen verloor, zijn eerste komische opera Un giorno di Regno een mislukking werd en een jaar later zijn vrouw overleed, wilde Verdi definnitief stoppen met componeren. Dan is het de impresario van de Scala in Milaan, Merelli, die hem overhaalde tot het componeren van Nabucco. Dit werd een daverend succes en de doorbraak van Verdi. Het beroemde Slavenkoor, gezongen door het Joodse volk in ballingschap, zou uitgroeien tot een tweede volkslied.
De hoofdrol in Nabucco werd gezongen door Giuseppina Strepponi, met wie hij later ongehuwd zou gaan samenwonen. Dat werd in het katholieke Italië met argusogen bekeken.

Strijd voor politieke vrijheid (o.a. Nabucco en Don Carlo) en persoonlijke vrijheid (o.a. La Traviata, Rigoletto) zou de leidraad in zijn werk worden.

Met de drie zogenaamde Belcanto-opera’s (La Traviata, Rigoletto en Il Trovatore) begin vijftiger jaren in de 19e eeuw was de roem van de componist een feit. In totaal zou hij 26 opera’s componeren, waarvan de latere opera’s duidelijk anders van karakter zouden worden. Of Verdi zich later heeft laten beïnvloeden door Richard Wagner (1813-1886), staat niet vast, maar die latere opera’s kenmerken zich in ieder geval wel door een veel meer doorgecomponeerde stijl.
Verder bevatten een aantal van zijn opera’s sterk veristische elementen, zoals La Bohème. Het gaat dan om voor het publiek erg herkenbare personages, verhalen en emoties.

De laatste opera van Verdi is het aan Shakespeare ontleende Falstaff, een voor Verdi opmerkelijk vrolijke opera, waarin zelfspot en ironie belangrijke elementen zijn.

Opera’s:

Aïda
Il Trovatore
La Traviata
Macbeth
Otello
Rigoletto