Rossini

Gioacchino Rossini

Geboren op 29 februari 1792 in Pesaro (It.)
Overleden in Passy (een stadsdeel van Parijs) op 13 november 1868.

Al op zijn 14e ging Rossini naar het Liceo Musicale in Bologna, op zijn 18e (1810)kreeg hij zijn eerste opdracht voor een opera. Daarna is hij in hoog tempo doorgegaan. Vóór de Barbier van Sevilla had hij al 17 opera’s op zijn naam staan, een enorme productie. In totaal zou hij 39 opera’s componeren, de laatste in 1829. Vanaf 1824 woonde hij in Parijs, waar hij nog korte karakterstukken en een aantal geestelijke werken produceerde (o.a. de Missa Solemnis).
De meeste opera’s van zijn hand zijn opera seria, slechts vier zijn opera buffa (meer komisch), t.w.  Een Italiaan in Algerije, La Cenerentola (Assepoester), Een Turk in Italië en De Barbier van Sevilla. Deze vier opera’s zijn tot zijn meest bekende geworden.
Rossini was al op jonge leeftijd beroemd, vandaar dat hij veel gevraagd was en in een hoog tempo doorwerkte. Op 37-jarige leeftijd had hij de buit binnen en ging het rustiger aandoen.
Rossini stief in 1868 in de buurt van Parijs. Elk jaar vindt in zijn geboorteplaats Pesaro het Rossini-festival plaats.

Opera’s

Guillaume Tell
Il Barbiere di Siviglia (‘De Barbier van Sevilla’)